Wie Europa de rug toekeert, betaalt de rekening alleen

Opinie in Doorbraak 14 juli 2025 – Europa staat binnenkort voor belangrijke politieke keuzes bij de onderhandelingen over de nieuwe meerjarenbegroting. Investeren in veiligheid, energiezekerheid, klimaat, digitalisering en migratie is onvermijdelijk. De vraag is al lang niet meer óf we die investeringen doen, maar hoe: samen, Europees, of elk land op zijn eentje?

In België bedraagt het overheidsbeslag 56,7 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat betekent dat voor elke 100 euro die we verdienen, de overheid 56,7 euro besteedt aan gezondheidszorg, onderwijs, pensioenen, veiligheid en andere publieke diensten. In dat perspectief is het Europees budget bijzonder bescheiden: ongeveer 1 procent van het gezamenlijke bbp van de lidstaten. Anders gezegd: de EU geeft één zevenenvijftigste uit van wat onze lokale, regionale en nationale overheden samen besteden. Alle Europese uitgaven samen zijn ongeveer gelijk aan de Belgische sociale uitgaven. Ook dat zegt veel.

De EU-begroting bedraagt 192,8 miljard euro. Ofwel 428 euro per burger, wat neerkomt op zo’n 1,17 euro per dag. Daarmee krijg je vandaag in veel cafés nog geen halve pint. Het is ook veel minder dan de federale uitgaven in de VS. Daar betaalt de gemiddelde Amerikaan zo’n 19.900 dollar per jaar aan de federale overheid.

Indrukwekkende return on investment

De Europese burger, de Belg, de Vlaming, krijgt voor die 428 euro veel terug. De toegevoegde waarde van de Europese Unie werd recent becijferd op 6700 euro per burger. Voor elke euro die Europa kost, krijgen we er 15 aan welvaart voor terug. Dat is een indrukwekkende return on investment.

Wat krijgt die burger dan precies terug? Van het totale Europees budget gaat 66 miljard euro naar cohesiefondsen voor minder ontwikkelde regio’s. Zo ontving Limburg ruim 900 miljoen euro en trok daarmee meer dan 2 miljard aan investeringen aan. Daarnaast gaat 40 miljard naar landbouw, 21 miljard naar onderzoek en innovatie. De rest gaat onder meer naar digitalisering, sociaal beleid, migratiebeheer, het Erasmusprogramma en veiligheid. En dat alles met een Europese administratie van amper 60.000 ambtenaren, of 13 per 100.000 inwoners. In Antwerpen zijn dat er 1300 per 100.000. De Amerikaanse federale overheid telt er 3 miljoen.

Samenwerking loont

Toch kunnen we beter. Want door te weinig Europese samenwerking laten we miljarden op tafel liggen. Het IMF stelde vast dat handelsbelemmeringen binnen de EU vandaag een impliciete invoerheffing betekenen van 45 procent op goederen en 110 procent op diensten. De kost van dat gemiste potentieel? Zo’n 1.700 miljard euro per jaar, of bijna 3800 euro per Europeaan.

Ook op het vlak van defensie blijven we achter. De lidstaten geven samen bijna 400 miljard euro uit aan defensie, maar doen dat versnipperd en inefficiënt. Volgens een recente studie kunnen we zo 22 procent (dit is 88 miljard euro per jaar) besparen als we onze defensie-uitgaven Europees organiseren. Dat is bijna de helft van het huidige EU-budget.

Investeren zonder extra druk

De komende jaren zullen we meer moeten doen met minder, want we moeten al minstens de leningen van het coronaherstelfonds terugbetalen voor een bedrag van 25 miljard euro per jaar. De vraag is: hoe investeren we in onze toekomst terwijl we tegelijk de begrotingsdiscipline respecteren en de druk op burgers niet verhogen?

Burgers verwachten dat we de bestaande uitgaven blijven garanderen, zoals de cohesie- en landbouwbudgetten. Maar tegelijk zijn er bijkomende investeringen nodig in defensie, innovatie, migratie en de energietransitie. Anderzijds ligt een verhoging van de nationale bijdragen politiek en budgettair moeilijk, en ook extra Europese belastingen roepen weerstand op.

Het Europese trilemma

We staan dus voor een lastig dilemma, of beter: een trilemma. Snijden we in bestaande uitgaven? Vragen we de lidstaten om extra middelen? Of creëren we nieuwe Europese inkomsten? Geen van die keuzes is eenvoudig, maar niets doen is geen optie. De wereld wacht niet tot het “oude continent Europa” tijd en geld heeft voor de broodnodige investeringen.

Het grootste deel van de oplossing ligt in het verhogen van de efficiëntie. Door de interne markt te verdiepen en strategische kerntaken, zoals veiligheid en de energietransitie, Europees aan te pakken, kunnen we de kost voor de lidstaten verlagen.

De echte keuze

Laat ons duidelijk zijn: wie geen bijkomende Europese middelen wil vrijmaken, zegt daarmee niet dat hij níét wil investeren. Hij zegt alleen dat elk land die investeringen zelf zal moeten dragen. Dat is duurder, inefficiënter en omslachtiger.

We moeten burgers geen blaasjes wijsmaken. Als samenleving zullen we hoe dan ook investeren in onze veiligheid, concurrentiekracht, klimaatneutraliteit en energiezekerheid. De keuze is simpel: doen we dat opnieuw ieder voor zich, of pakken we het samen aan?

Als overtuigd Europeaan geloof ik in een Europees antwoord. En zelfs eurocritici zouden vandaag tenminste om budgettaire redenen in die Europese aanpak moeten geloven. Toegenomen gezamenlijke uitdagingen vragen om gezamenlijke financiering. Een gedeelde aanpak van strategische uitdagingen is de enige weg vooruit, én daar moeten middelen tegenover staan.

Wanneer het nieuwe Europese budget wordt voorgesteld, moeten we één ding beseffen: wie Europese investeringen de rug toekeert, betaalt de rekening alleen. En die kost is hoger dan de prijs van Europese solidariteit. Of hoe het Europees belang ook het best het belang van de nationale belastingbetaler dient.