De Europese Commissie stelde haar voorstel voor een nieuw staatssteunkader voor, in het kader van de Clean Industrial Deal. Ik ben voorzichtig positief. De brede, technologieneutrale aanpak is een stap in de juiste richting, maar voor een land als België, met een beperktere budgettaire ruimte, blijft waakzaamheid nodig.
Als lid van de commissie Industrie en Energie zie ik in het voorstel een realistische basis voor een duurzame industriële transitie.
Ook de specifieke aandacht voor energie-intensieve sectoren is voor mij een belangrijk signaal. Zij lijden onder torenhoge energieprijzen en oneerlijke concurrentie uit derde landen, vooral uit Azië.
“Het is goed dat er ruimte is voor alle projecten die de CO₂-uitstoot helpen verlagen – dus niet alleen voor groene waterstof, maar ook voor blauwe waterstof, koolstofopvang en initiatieven die het elektriciteitssysteem flexibeler maken. We moeten af van papieren ambities en toewerken naar haalbare oplossingen op de werkvloer.”
Ook de specifieke aandacht voor energie-intensieve sectoren is voor mij een belangrijk signaal. Zij lijden onder torenhoge energieprijzen en oneerlijke concurrentie uit derde landen, vooral uit Azië.
Tegelijk moet de Europese Commissie haar rol opnemen als bewaker van eerlijke concurrentie binnen de interne markt.
“Landen met diepere zakken zullen makkelijker staatssteun kunnen mobiliseren. Als we willen voorkomen dat kleinere lidstaten zoals België uit de boot vallen, is het cruciaal dat de Commissie toeziet op een gelijk speelveld.”
Het nieuwe kader laat toe om staatssteun breed in te zetten: niet alleen voor de meest geavanceerde groene technologieën, maar ook voor overgangsoplossingen. Die flexibiliteit is nodig om bedrijven effectief te ondersteunen in hun verduurzaming, zeker in strategische sectoren.
Alleen zo kan de Clean Industrial Deal meer worden dan een belofte. Ze moet een hefboom worden voor een sterke, duurzame én eerlijke Europese industrie.
Wouter Beke
Europees Parlementslid