Veiligheid is geen luxe, maar een kerntaak van de Europese Unie

24 en 25 juni komen de NAVO-leiders opnieuw samen. De agenda is zwaar, de verwachtingen zijn hooggespannen en de internationale context dwingt tot duidelijke keuzes. Eén waarheid dringt zich steeds nadrukkelijker op: Europa zal het zélf moeten doen.  

Of de nieuwe NAVO-norm nu 5% van het bbp bedraagt, binnen welk tijdskader en welke uitgaven meetellen, is op zich minder belangrijk. De kernvraag is: Hoe bouwen we aan geloofwaardige Europese afschrikking? De NAVO-top is belangrijk, maar de onderliggende conclusie blijft dat we in staat moeten zijn om zelf op te treden, ook zonder Amerikaanse ruggensteun. 

Te lang gewacht 

 Het ontstaan van de NAVO ligt in de idee: keep the Americans in Europe, the Russians out of Europe and keep the Germans down. Decennialang zijn de Amerikanen in Europa actief geweest.  Amerikaanse troepen en nucleaire aanwezigheid moesten Rusland afschrikken. 

Maar die tijd is voorbij. De VS richt zich op binnenlandse zorgen en kijkt naar China en de Indo-Pacific. Trump beschouwt Poetin zelfs als bondgenoot. Europa (her)ontdekt dat veiligheid geen luxe is, maar een kerntaak van de Europese Unie.  

Voor wat hoort wat? 

De Verenigde Staten eisen dat de andere lidstaten hun deel van de veiligheidsrekening betalen. Deze terechte vraag impliceert wel wederkerigheid: kunnen we nog rekenen op een onvoorwaardelijke toepassing van artikel 5 van het NAVO-verdrag? Of wordt Europese veiligheid steeds afhankelijker van het politieke klimaat in Washington? Blijft de VS loyaal aan zijn NAVO-bondgenoten, of zien we juist meer unilaterale ambities, zoals richting Groenland of Canada? En leidt de roep om hogere defensie-uitgaven ook tot echte samenwerking rond steun aan Oekraïne en gezamenlijke sancties? Blijft Europa welkom onder de nucleaire paraplu van de VS? 

Als de vragen hier geen duidelijke ja opleveren, dan zijn de NAVO-verplichtingen geen fair deal. En moet Europa vooral haar verantwoordelijkheid opnemen.    

Wat als Rusland morgen een Baltisch NAVO-land aanvalt? Hebben we dan de capaciteit én de wil om te reageren? Alleen geloofwaardige afschrikking, gebaseerd op meer dan budgetten kunnen zo’n scenario het hoofd bieden. Dat vergt politieke moed, strategische helderheid en gezamenlijke actie. Het Unieverdrag verplicht EU-lidstaten om bij een gewapende agressie andere lidstaten te verdedigen met alle middelen die hun ter beschikking staan. Vandaag heeft de Europese Unie die middelen niet. Dus moeten we ze opbouwen. 

1% van het Europees BBP 

Europa heeft dringend een strategische inhaalbeweging nodig. Niet via een blinde wapenwedloop, maar met een doordachte, collectieve aanpak. We moeten een sterke Europese pijler binnen de NAVO uitbouwen. Dat kost geld, onvermijdelijk. In plaats van ieder apart te discussiëren over nationale defensiepercentages, zouden we beter inzetten op een gezamenlijk Europees budget.  

Waarom niet minstens 1% van het gezamenlijke Europese bbp uittrekken voor defensie-investeringen? Dat zou neerkomen op ongeveer 180 miljard euro. Fors, maar realistisch.  

Efficiëntie is minstens zo belangrijk als budget. Vandaag telt Europa 16 types gevechtsvliegtuigen, 12 soorten tanks en 23 types fregatten. Eén type zou goedkoper én strategisch slimmer zijn. Met gezamenlijke aankopen en gedeelde standaarden kunnen we bouwen aan een interoperabel leger dat echt samenwerkt. 

Die samenwerking kan voor maar liefst 60 miljard aan efficiëntiewinsten zorgen. Dat komt neer op het defensiebudget van Frankrijk of zes keer dat van België. Een sterkere, geïntegreerde Europese defensie kan 14 miljard opleveren, gezamenlijke aankopen 13 miljard, en een daadwerkelijke Europese troepenmacht nog eens 32 miljard aan besparingen.  

Investeren moet gericht gebeuren, want meer geld betekent niet automatisch meer veiligheid. Europa moet samen capaciteiten opbouwen waar de tekorten het grootst zijn, zoals luchtafweer en cybersecurity. De EU heeft zeven kritieke domeinen afgebakend. Daarop moeten we ons focussen, in plaats van versnipperde nationale aankopen. Tegelijk moeten we Frankrijk overtuigen zijn nucleaire paraplu te delen met Europese lidstaten. 

Een sterke Europese defensie vraagt ook een sterke Europese defensie-industrie. Willen we minder afhankelijk zijn van derde landen, dan moeten we investeren in eigen innovatie en productie. Europese veiligheid mag niet leunen op buitenlandse goodwill of import. Strategische autonomie is de sleutel. 

Ook samenwerking met de NAVO blijft cruciaal. De EU heeft nu eindelijk een defensiecommissaris, een eigen defensiecommissie én een stevig budget. Nu defensie geen puur nationale bevoegdheid meer is, is het tijd voor een hechtere EU-NAVO-relatie: met gedeelde doelen, gezamenlijke dreigingsanalyses en afgestemde plannen. Alleen zo wordt Europa een betrouwbare én zelfredzame NAVO-partner.  

Politieke keuze  

Manfred Weber heeft gelijk als hij zegt dat de historische opdracht van onze generatie is om van de EU een echte defensie-unie te maken, met een gezamenlijk buitenlands beleid. De 340 miljoen Amerikanen zullen niet eeuwig 450 miljoen Europeanen blijven verdedigen.  Als we een veilig Europa willen, moeten we voorbij het denken binnen nationale grenzen. Dan moeten onze legers opereren onder een gezamenlijke Europese paraplu, met gezamenlijke besluitvorming, gezamenlijke middelen, en een eenduidige strategie. Herbewapening gecombineerd met opkomend rechts-radicalisme is trouwens historisch erg gevaarlijk gebleken. Alleen een duidelijke Europese aanpak kan nieuwe oorlogen tussen EU-landen voorkomen.   

De NAVO blijft onmiskenbaar de hoeksteen van onze veiligheidsarchitectuur, maar de tijd van vanzelfsprekende Amerikaanse bescherming ligt achter ons. Met een reële en voortdurende Russische dreiging aan onze oostgrenzen kunnen we ons geen volledige afhankelijkheid meer permitteren. Europa moet beseffen dat zijn veiligheid uiteindelijk een Europese verantwoordelijkheid is, en zich er ook naar organiseren. Als Letland, Estland of Litouwen morgen worden aangevallen, mogen we niet eerst dagenlang moeten vergaderen. Dan moeten we klaarstaan. Snel, effectief en eensgezind. 

NAVO-top of niet, 5%-norm of niet: alle argumenten leiden naar dezelfde conclusie. Europa moet het zélf kunnen. 

Wouter Beke

Europees Parlementslid