Terwijl ik geniet van een dagelijkse kop koffie, werken duizenden kilometers verder kleine koffieboeren hard om aan de Europese ontbossingsnormen te voldoen. Die realiteit werd tastbaar tijdens een werkbezoek aan Indonesië, waar ik de kleinschalige koffieproductie van dichtbij mocht ervaren.
Als Europarlementslid en voorzitter van de delegatie voor de betrekkingen met Zuidoost-Azië (DASE) nam ik deel aan een missie van de commissie internationale handel. Ons doel: de banden versterken met nieuwe handelspartners zoals Indonesië, een partner waar we steeds meer mee zullen samenwerken. Daarnaast wilden we ook de knelpunten voor een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en Indonesië beter begrijpen. In een tijd waarin grootmachten zoals de VS en China verwikkeld zijn in een handelsconflict, met tarieven die oplopen tot 145%, is het des te belangrijker om te investeren in stabiele partnerschappen. In 2019 sloot Europa een vrijhandelsakkoord af met Vietnam. Vietnam heeft maar één derde van de bevolking van Indonesië, maar onze wederzijdse handel is wel twee keer zo groot.
Met dat doel voor ogen trokken we dus naar Indonesië. Als grootste economie van de ASEAN-leden is Indonesië immers een sleutelpartner voor de EU. Ik keek er dan ook naar uit om onze samenwerking verder te verdiepen en knelpunten te bespreken.
De realiteit van kleine koffieboeren
Een van die knelpunten is de Europese ontbossingswet. Hoe moeten kleine landbouwers omgaan met deze verordening die exporteurs naar de EU verplicht aan te tonen dat hun producten niet bijdragen aan ontbossing, en dat ze afkomstig zijn van legale, duurzame bronnen? Hoewel de implementatie van de EUDR intussen met een jaar is uitgesteld, blijft de uitdaging voor deze kleine producenten groot.
De Europese Commissie kondigde deze week aan dat ze de uitvoering van de wet wil vereenvoudigen, onder meer om de administratieve last voor bedrijven te beperken. Een stap vooruit, zeker voor grotere spelers. Maar of kleinschalige boeren er in de praktijk echt veel van zullen merken, is nog onzeker.
Daarom brachten we een interessant bezoek aan een landbouwcoöperatie nabij Bandung. Deze coöperatie verzamelt ongeveer 200 kleine koffieboeren. In Indonesië wordt zo’n 98% van de koffie geproduceerd door zulke kleine boeren, die vaak maar één hectare grond bewerken. Hoe moeten zij omgaan met de Europese ontbossingswetgeving (EUDR)?
De Europese ontbossingswetgeving in praktijk
Gelukkig staan ze er niet alleen voor. Het Sasci+ project van het Duitse en Indonesische ministerie van Landbouw helpt hen hierbij op weg, van het aanleggen van nieuwe plantages en het gebruik van pulp als compost, tot het gereedmaken van de koffiebonen voor verkoop. Een mooi voorbeeld van hoe een land als Duitsland z’n verantwoordelijkheid neemt in de transitie.
En dan de olifant in de kamer: de administratieve rompslomp bij de wetgeving. Eén man moet de EUDR-papieren invullen waarop staat van welke plantages de koffie afkomstig is, en of deze niet afkomstig is van plantages waar bomen zijn gekapt. Daarom planten ze de koffieplanten onder hoge bomen, wat overigens ook beter is voor de kwaliteit van de koffiebonen.
Of al dat papierwerk niet gedigitaliseerd kan worden? Jazeker. De plantages worden via satellieten in beeld genomen en men kan zien of er ontbossing is op de plantages. Binnenkort gaan ze experimenteren met het digitaliseren van de formulieren om de afkomst van de koffiebonen beter en eenvoudiger te registreren.
Ik zie hem nog zitten met pet, badge en balpen, geconcentreerd over zijn formulieren gebogen. De hele export hangt af van zijn notities. Maar binnenkort dus digitaal. De wereldwijde koffiebusiness is goed voor zo’n 250 miljard dollar. De productie van koffie zelf bedraagt hiervan slechts 20 miljard dollar. 92 % van de omzet gaat dus naar het verschepen, verpakken tot het in de winkel zetten van de koffiepakken.
China’s investeringen in infrastructuur
En dan van de brousse in Indonesië terug naar de grootstad, met een moderne sneltrein en dito stations, allemaal gefinancierd door… de Chinezen met het Belt and Road Initiative, ook wel bekend als de nieuwe zijderoute! Een treffend voorbeeld van hoe grootmachten als China via zichtbare infrastructuurprojecten hun invloed uitbreiden in de regio, terwijl Europa op een andere manier aanwezig is. Want deze grootschalige en vaak zwaar gesubsidieerde projecten maken deel uit van een strategische poging om landen geleidelijk in te lijven in China’s economische en politieke invloedsfeer.
Europa kiest bewust voor een andere aanpak: met duurzame afspraken, transparantie en langdurige partnerschappen. Geen prestigeprojecten die afhankelijkheid creëren, maar door samen oplossingen te zoeken voor gedeelde uitdagingen. Beide modellen laten hun sporen na in een land als Indonesië, elk met hun eigen impact.
Handelspartners met gedeelde verantwoordelijkheid
Als ik straks op zondagochtend een kop koffie inschenk, zal ik denken aan de man met de pet die de administratie bijhoudt voor het hele dorp. En dan zal de koffie net iets anders smaken.
De Europese ontbossingswetgeving is een belangrijk instrument om bossen wereldwijd beter te beschermen. Tegelijk nodigt het ook uit tot dialoog: hoe kunnen we er samen voor zorgen dat duurzaamheid geen rem wordt op ontwikkeling, maar net een hefboom voor eerlijke handel en economische vooruitgang voor handelspartners?
In dat licht is het positief dat de Europese Commissie recent heeft aangekondigd de implementatie van de wetgeving te willen vereenvoudigen. Regels zijn belangrijk, maar ze moeten ook haalbaar zijn voor wie elke dag op het veld werkt, en dat is bij kleinschalige producenten lang niet vanzelfsprekend.