Europees Parlement eist onmiddellijke vrijlating van Belgisch-Portugese onderzoeker Joseph Figueira Martin uit Centraal-Afrikaanse Republiek

Het Europees Parlement heeft met klem de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating geëist van Joseph Figueira Martin, een Belgisch-Portugese humanitaire onderzoeker die al meer dan een jaar onterecht wordt vastgehouden in de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR). In een krachtige resolutie veroordeelt het Parlement de foltering, de onmenselijke opsluiting en de grove schendingen van de mensenrechten waaraan Martin wordt onderworpen.

Wouter Beke, lid van de commissie buitenlandse zaken in het Europees Parlement, was hoofdonderhandelaar voor de EVP-fractie en is bijzonder scherp:

“Deze humanitaire werker wordt gegijzeld, gefolterd en vergeten, en dit in een land waar Europa zwaar investeert in veiligheid en ontwikkelingshulp. Joseph Figueira Martin wordt niet alleen onterecht opgesloten, hij is ook een pion in een groter geopolitiek spel waarin Rusland desinformatie en terreur inzet om invloed te winnen. Het minste wat we kunnen doen, is zijn onmiddellijke vrijlating eisen en zorgen dat zijn zaak topprioriteit wordt voor Europa.”

Joseph Figueira Martin, medewerker van de ngo FHI 360, werd in mei 2024 ontvoerd door de Wagner-groep en nadien overgedragen aan de Centraal-Afrikaanse autoriteiten. Sindsdien zit hij opgesloten op basis van ongefundeerde beschuldigingen van spionage en terrorisme, zonder proces en in mensonterende omstandigheden. Hij werd gemarteld, bedreigd met de dood en zijn gezondheid is volgens medische rapporten kritiek.

De resolutie:

  • eist zijn onmiddellijke vrijlating en medische evacuatie;
  • veroordeelt de rol van Russische huurlingen en desinformatie in de regio;
  • roept de EU op om alle diplomatieke middelen in te zetten in samenwerking met België en Portugal om Joseph Figueira Martin vrij te krijgen;
  • waarschuwt voor mogelijke gerichte maatregelen tegen de CAR-regering indien mensenrechten blijven worden geschonden.

 

Het Europees Parlement benadrukt dat het respect voor fundamentele mensenrechten de basis vormt van elke samenwerking tussen de EU en derde landen. De zaak van Joseph Figueira Martin is voor het Parlement een pijnlijke illustratie van hoe buitenlandse inmenging, straffeloosheid en mensenrechtenschendingen elkaar versterken, en hoe dringend ingrijpen nodig is.