In 1950 pleit Winston Churchill in de pas opgerichte Raad van Europa voor een Europees leger. Nadat het nazisme en het fascisme zijn verslagen, bedreigt het oprukkend communisme het vrije Europa. In juni van dat jaar valt het communistische Noord-Korea Zuid-Korea binnen. Eenzelfde scenario voor West-Duitsland is niet langer ondenkbaar en alle alarmbellen in het Westen gaan af. De Verenigde Staten voeren de druk op: zij willen niet langer alleen instaan voor de verdediging van Europa.
De Franse Eerste Minister René Pleven legt ‘het plan Pleven’ op tafel: met een gemeenschappelijk leger kon de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland worden verdedigd. Het plan stelt de oprichting van een Europees leger voor bestaande uit veertig divisies met Franse, Duitse, Italiaanse, Belgische, Nederlandse en Luxemburgse troepen. Pleven noemde dit de ‘Europese Defensiegemeenschap’. Hiertegenover zou een ‘Europese politieke gemeenschap’ moeten staan die het gezamenlijk Europees buitenlands beleid kan bepalen.
Wanneer Stalin sterft en de Koreaanse oorlog leidt tot een wapenstilstand, vermindert de communistische dreiging. In 1954 ziet Charles De Gaulle zijn kans schoon om het plan voor een Europese Defensiegemeenschap te kelderen. Bovendien is hij met zijn Frans leger verwikkeld in conflicten in de Franse overzeese gebieden zoals Indochina (Vietnam) en Algerije en heeft hij geen pottenkijkers nodig.
Resultaat: in plaats van een Europese Defensiegemeenschap op te richten zullen West-Duitsland en Italië toetreden tot de NAVO en onder die paraplu worden geremilitariseerd.
Het niet uitbouwen van een Europese Defensiegemeenschap is een gemiste kans gebleken. “Europa is een economische reus, een politieke dwerg en een militaire worm” zei gewezen Premier Mark Eyskens in 1991. De situatie is intussen niet verbeterd: het vredesdividend is opgebruikt. Conflicten aan de grens van Europa (Oekraïne, Gaza, …) bedreigen onze veiligheid. De Amerikanen stellen zich hoe langer hoe meer op zoals begin jaren vijftig: de Europeanen moeten hun eigen boontjes leren doppen. De NAVO verdraagt niet langer een Europese hangmat. Dat gaat voorbij aan de scheefgetrokken verhouding in defensie-uitgaven. De Verenigde Staten besteden 877 miljard euro in defensie. De Europese lidstaten – met in totaal meer inwoners – rond de 200 miljard.
De Europese defensie-uitgaven zijn intussen ook gestegen en dubbel zo groot dan de Russische uitgaven en even groot als de Chinese militaire uitgaven. We hebben met alle Europese lidstaten samen het grootste leger ter wereld (zo’n 2 miljoen soldaten) maar door een gebrek aan efficiëntie en effectiviteit kunnen we maar tien procent effectief inzetten van wat de Amerikanen kunnen inzetten.
Dat is ook te wijten aan de grote versnippering van de defensie-uitgaven: de Amerikanen hebben één type battle tank, Europa heeft er 17 verschillende. De Amerikanen hebben 30 soorten wapensystemen, de Europeanen 180. We kunnen het tienvoud van de Belgische defensie-uitgaven in efficiëntie uitgaven winnen als we de Europese uitgaven op elkaar afstemmen.
Onder impuls van de EVP is er een European Defence Industrial Development Programme opgericht om te komen tot een zelfredzame Europese defensie-industrie. Hiervoor wordt tot 2027 zo’n 8 miljard euro uitgetrokken. De opvolger van de F35 wordt nu al voorbereid met een Frans-Duits-Spaanse samenwerking via SCAF (Système de Combat Aérien du Futur). Net zoals Europa met Airbus het monopolie van het Amerikaanse Boeing doorbroken heeft, heeft Europa nood aan een eigen defensie-industrie om niet langer louter afhankelijk te zijn van het Amerikaanse militaire industriële complex.
Als we in Europa op vlak van defensie iets willen betekenen is het ‘better together’. Beter samen. Voormalig secretaris-generaal van de NAVO Paul Henri Spaak zei ooit: “In Europa zijn er alleen maar kleine landen. Het enige verschil is dat er landen zijn die dat weten en landen die dat nog niet weten”. Dat is vandaag op vlak van defensie meer dan ooit het geval.
Naast de ontwikkeling van het European Defence Industrial Development Programme moet de volgende Europese Commissie een volwaardige Commissaris voor Defensie krijgen. We moeten de ambitie hebben om op zijn minst 0,5% van het Europees BBP in een Europees defensiebudget te steken. Alleen zo zal er een Europese defensiestrategie – binnen de NAVO – komen en kunnen we tegen 2030 komen tot geïntegreerde Europese land-, lucht- en zeemachten of zal er een gezamenlijke defensie m.b.t. cyber of de ruimte komen. Alleen zo kunnen we tegen 2030 tot een echte Europese Defensie Unie komen.
Ten slotte moeten we wat betreft ons buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid in de Raad meer kunnen beslissen op grond van een bijzondere meerderheid in plaats van unanimiteit, en zou dit beleid sterk gebaat zijn bij de oprichting van een Europese Veiligheidsraad die de Unie toelaat om sneller en adequater te reageren op internationale crisissen en conflicten.
Wouter Beke | Europees lijsttrekker voor CD&V
Tom Berendsen | Europees lijsttrekker voor CDA
Christophe Hansen | Europees lijsttrekker voor CSV
Yvan Verougstraete | Europees lijsttrekker voor Les Engagès
Pascal Arimont | Europees lijsttrekker voor CSP