Zondag trekken de Duitsers vervroegd naar de stembus. Terwijl de speech van JD Vance in München nog nazindert, richten we onze blik beter op Berlijn. Deze verkiezingen zijn namelijk niet alleen bepalend voor de toekomst van Duitsland, maar ook voor de toekomst van heel Europa.
It’s the economy, stupid. Na twee jaar van krimp voor de Duitse economie voorspelt men voor dit jaar slechts een groei van 0,8 procent. Daarmee staat Duitsland in vergelijking met andere Europese lidstaten onderaan de ladder. Friedrich Merz, de kandidaat van de christendemocratische CDU, zegt luidop dat het traditionele businessmodel van Duitsland niet langer werkt. Samen met zijn zusterpartij, de CSU, geniet hij momenteel van een stabiele peilingspositie van 30%, terwijl de huidige Ampelkoalition onder leiding van Olaf Scholz de afgelopen jaren nauwelijks in staat bleek om Duitsland de broodnodige impuls te geven.
Ondertussen kan AfD-topvrouw Alice Heidel pronken met een opvallende 20% in de peilingen. Zij profileert zich als de enige beschermster van het Duitse volk. Een wrange uitspraak gezien de nauwe banden van haar partij met neonazistische groeperingen. Vooral in het voormalige Oost-Duitsland lijkt de AfD volgens de peilingen de grootste winstkansen te hebben. Net zoals in de Verenigde Staten symboliseert de strijd in Duitsland een diepe kloof tussen de gevestigde orde en een opkomende populistische stroom die inspeelt op onveiligheidsgevoelens. In tegenstelling tot de VS, lijkt het vertrouwen in goed bestuur tot nu toe wél de simplistische oplossingen te overtreffen.
Wat de komende verkiezingen des te urgenter maakt, is de rol van Duitsland als motor van Europa. De heimwee naar de stabiliteit onder Frau Merkel is groot. Ondanks dat ze vaak de wind van voren kreeg en gedwongen werd om mee te varen op Duitse stugheid, stond Merkel altijd paraat wanneer Europa haar nodig had. De voorbije vijftig jaar heeft Duitsland, samen met Frankrijk, keer op keer bewezen dat een sterke Duits-Franse as Europa draaiende houdt in tijden van crisis. Denk maar aan de as d’Estaing-Schmidt, de as Kohl-Mitterard en de as Merkel-Sarkozy. Merkzoy, zoals dat laatste duo vaak genoemd werd, stond sterk tijdens de financiële crisis, waarbij een land als Griekenland bijna over de kop ging. En toen de coronacrisis de economie zo onder druk zette, namen Merkel en Macron gezamenlijk de historische stap om via Europese gezamenlijke schuld een coronaherstelfonds te financieren. Iets wat voordien door een Duitse bril ondenkbaar was. Olaf Scholz heeft daarentegen nooit actief de toenadering tot Parijs gezocht en Macron heeft zichzelf vorig jaar verlamd door vervroegde parlementsverkiezingen uit te schrijven.
Met een vleugellam Berlijn én Parijs dreigt die gezamenlijke motor stil te vallen. De Italiaanse premier Meloni en haar Poolse tegenhanger Tusk doen hun uiterste best om in Brussel mee te knokken en lijken daar deels in de slagen. Toch is het wachten op sterke figuren in Frankrijk en Duitsland om écht stappen vooruit te zetten.
De Europese Unie bevindt zich opnieuw op een knelpunt. De Amerikaanse uitspraken dit weekend hebben weer maar eens bewezen dat de fundamenten van de trans-Atlantische samenwerking minstens de komende vier jaar zullen wankelen. De Unie staat voor een existentieel moment: Kunnen we onze Europese industrie redden in wereld met toenemende handelsconflicten en met moordende oneerlijke concurrentie uit Azië? Wordt er eindelijk werkgemaakt van een Europese bankenunie en een gezamenlijke kapitaalmarktunie die privaat geld in onze eigen economie kan pompen? Slagen we erin om zelf in te staan voor onze Europese veiligheid?
Friedrich Merz is op dit ogenblik nog erg sceptisch over Europese defensieobligaties om onze defensie te financieren. Maar dat kan veranderen. Over de strikte Duitse begrotingsregels kan dan wel weer worden gesproken. Met een federaal budget van 460 miljard euro, wat 2,5 keer meer is dan het jaarlijkse budget van de EU, kan Duitsland een enorme boost geven aan de Europese economie. Massale investeringen in defensie zouden de hele EU ten goede komen. Merz zet zich beter ook schrap voor de onderhandelingen over het Europees budget 2027-2034 die binnenkort worden opgestart. De zoektocht naar voldoende centen voor nieuwe prioriteiten als defensie, innovatie en competitiviteit wordt allerminst evident.
De keuze voor een sterke en daadkrachtige leider als Friedrich Merz kan betekenen dat Duitsland weer met overtuiging op zal treden in Europese aangelegenheden. Het blijft een vraagteken of Merz er werkelijk in slaagt een koerswijziging in te zetten voor het stugge Duitsland. Critici benadrukken dat Merz zelf nog nooit een belangrijk uitvoerend mandaat heeft gehad. Maar onze kersverse premier was ook nog nooit minister, en dat gold evenzeer voor Wilfried Martens. Die laatste werd uiteindelijk de langst zetelende premier ooit.
Wat echter wel duidelijk is: een sterke leider in Berlijn is niet alleen goed nieuws voor Duitsland, maar biedt ook een broodnodige impuls voor heel Europa. Met nieuw leiderschap in Berlijn kan Duitsland weer als motor van Europa optreden en ons continent nieuw leven inblazen. De Duitse kiezers bepalen aanstaande zondag dus niet alleen de volgende bondskanselier, maar ook toekomst van Europa. Daarom zijn die Duitse verkiezingen dus eigenlijk ook grotendeels Europese verkiezingen.