De Europese industrie staat onder druk. Torenhoge energieprijzen, ambitieuze, maar complexe regelgeving en een felle internationale concurrentiestrijd maken het voor onze bedrijven steeds moeilijker om in Europa te investeren en te innoveren. Het risico? Dat bedrijven hun productie verplaatsen naar landen met minder strenge regels, met alle gevolgen van dien voor onze jobs, onze welvaart én voor het klimaat.
De Europese Commissie probeert hieraan tegemoet te komen met drie belangrijke voorstellen: de Clean Industrial Deal, het Affordable Energy Action Plan en de Omnibus Simplification Packages. Samen vormen ze een poging om een nieuw evenwicht te vinden tussen duurzaamheid en een gunstig ondernemersklimaat. Industriebeleid, energiebeleid en minder bureaucratie zijn geen losse puzzelstukken, maar vormen één geheel. De centrale vraag: Hoe kunnen Europese bedrijven verduurzamen zonder zichzelf uit de markt te prijzen?
1. Clean Industrial Deal: duurzaam én concurrentieel?
De Green Deal heeft onze economie in de richting van verduurzaming geduwd, maar zonder een sterk industrieel beleid dreigt Europa zichzelf uit de markt te prijzen. Ondernemingen kijken terecht met grote hoop naar deze Clean Industrial Deal om bescherming te bieden tegen oneerlijke concurrentie, om energie betaalbaar te maken en om complexe regelgeving te vereenvoudigen. Zeker voor energie-intensieve industrieën zoals staal en chemie, die basisproducten zijn in ons economisch weefsel, is het vandaag erg moeilijk. Met alle gevolgen van dien voor duizenden jobs en voor onze welvaart.
Naast de Green Deal komt nu eindelijk een parallel industrieel beleid. Bedrijven moeten verduurzamen, maar wel op een haalbare en verstandige manier. Europa moet daarbij openstaan voor alle technologieën, zonder taboes. Zonder deze plannen verhuizen bedrijven gewoon naar landen met een minder streng klimaatbeleid, wat slecht is voor onze jobs, onze welvaart én voor het klimaat
Voor mij pakt de Europese Commissie met dit voorstel precies de juiste zaken aan: betaalbare energie, oneerlijke concurrentie, voldoende financiering, het stimuleren van de vraag naar groene Europese producten, circulariteit en vaardigheden. Het vereenvoudigen van de complexe regelgeving vormt daarbij de motor. Alleen door op al deze zes punten tegelijk stappen te zetten, kunnen we echt tegemoetkomen aan de hoge verwachtingen van onze bedrijven.
2. Affordable Energy Action Plan: structurele oplossing, maar geen quick fix
De elektriciteitsprijzen voor de Europese industrie lagen in 2023 bijna twee keer zo hoog als het gemiddelde van 2014-2020 en twee tot drie keer hoger dan in China en de VS. Dat is absoluut onhoudbaar, zeker voor energie-intensieve sectoren. De Europese Commissie speelt met dit actieplan terecht in op de luide roep van onze bedrijven om de torenhoge prijzen aan te pakken. Hoewel er veel goede plannen en intenties zijn, vrees ik dat op korte termijn weinig zal veranderen. Naast verwijzingen naar nationale staatssteun en btw-regels ontbreken kortetermijnmaatregelen. Over drie tot vijf jaar zullen deze initiatieven zorgen voor structureel lagere energieprijzen, maar de vraag blijft of de industrie dit nog zo lang kan volhouden.
Het plan wil de energie-unie vervolledigen, door de energiemarkt te integreren, het energiesysteem te decarboniseren en werk te maken van een goed functionerende gasmarkt. Het voorziet onder meer enorme investeringen aan het elektriciteitsnet. De Commissie berekende immers dat er dit decennium 584 miljard euro aan investeringen nodig zijn, alleen al aan het elektriciteitsnet. Verder ligt de focus op langetermijncontracten, beter voorbereid zijn op prijspieken, connectiviteit, grote infrastructuurprojecten en energie-efficiëntie. Zo wil de Commissie driepartijenovereenkomst opzetten tussen producenten van schone energie, industrie en de overheid. Op die manier neemt de overheid gedeeltelijk het risico weg van hoge pieken en zware investeringen in schone energie. Voor Vlaanderen is het bovendien erg positief dat de Commissie uitgebreid spreekt over de complexe vergunningen en milieueffectbeoordelingen. Als we de energie-unie kunnen vervolledigen, geloof ik dat we er met dit plan in kunnen slagen de energieprijzen structureel te verlagen.
3. Omnibus Simplification Packages: administratieve rompslomp aanpakken
Wij maakten van administratieve vereenvoudiging een speerpunt in onze campagne en beloofden 25% minder rapportagelast voor onze bedrijven. Von der Leyen bewijst met deze voorstellen dat dit geen holle woorden zijn: zij wil de EU écht aantrekkelijker maken voor ondernemers. Zeker voor kmo’s is de huidige overdaad aan verplichtingen en complexe regelgeving verstikkend. Dat Europa nu actie onderneemt om dit aan te pakken, moeten we toejuichen. Het draait om het vinden van een evenwicht tussen het beschermen van duurzaamheidsdoelen en het waarborgen van de concurrentiekracht van onze bedrijven, wat essentieel is voor onze jobs en onze welvaart. Nu de wetgeving te ver is doorgeschoten, grijpt de Europese Commissie terecht in.
Ik juich de vrijstellingen voor kmo’s en kleinere ondernemingen toe, zodat zij niet langer door zware rapportageplichten worden belast. Ook worden de due-diligence maatregelen nu beperkt tot directe handelspartners in plaats van de volledige toeleveringsketen en zorgen we ervoor dat lidstaten niet verder mogen gaan dan de Europese regels. Zo voorkomen we goldplating, waarbij België of Vlaanderen de regels strenger toepassen dan nodig is.
Een nieuwe koers, maar volstaat het?
Deze drie initiatieven laten zien dat de EU eindelijk een evenwicht zoekt tussen duurzaamheid en concurrentiekracht. Dat is goed nieuws. Maar er blijven uitdagingen: komt de verlaging van energieprijzen op tijd? Zijn de investeringen en financiering voldoende? Krijgt onze energie-intensieve industrie voldoende bescherming? Wordt administratieve vereenvoudiging consequent doorgevoerd?
Eén ding is zeker: Europa heeft dringend nood aan een beleid dat bedrijven ondersteunt in plaats van belemmert. We kunnen het ons niet veroorloven om de industrie te verliezen – niet voor onze welvaart, niet voor onze jobs en zeker niet voor het klimaat. Deze plannen zijn een stap in de juiste richting, maar de uitvoering zal het verschil maken. Als Europa haar industrie wil behouden, moet het op alle fronten tegelijk durven handelen.