Christendom is de motor van Europa

Interview in Tertio 27 juli 2025 – Wouter Beke voelt zich naar eigen zeggen als een vis in het water in het Europees Parlement. Nu Europa op zoek is naar zichzelf, ziet hij in het personalisme de basis voor een moedig centrum waarin gemeenschappelijkheid en individuele ontplooiing samengaan. Maar dat is geen walk in the park. “Ik ben zeer ongerust over het extreme gedachtegoed. De grootste bedreiging is dat dit wordt aangezogen door krachten van buiten Europa.”

Toen hij in zijn laatste jaren middelbaar onderwijs zat, leek de wereld helemaal ten goede te veranderen: de Berlijnse muur was gevallen, het world-wide-web werd geboren als bron van informatie en connectie. “Een ongelooflijke tijd”, zegt Wouter Beke: “de wereld werd aan onze voeten gelegd. We hadden het gevoel dat we aan de vooravond van iets groots stonden.” Maar dan kwam 24 november 1991 – de beruchte zwarte zondag. Hij vroeg zich af hoe dit kon gebeuren, net op het ogenblik dat de wereld in de juiste plooi scheen te komen liggen, dat extreem-rechts zo’n doorbraak kende. Hij herinnert zich levendig dat hij een stuk van Elias Canetti speelde in de retorica: De komedie der IJdelheid.  “Daarin voert Canetti een triumviraat op – ik was daar de leider van (lacht) – dat wetten uitvaardigde die de ijdelheid zouden afschaffen. Foto’s en spiegels werden vernietigd, maar de mensen spiegelden zich in het water. Canetti wil zeggen: mensen zijn niet anoniem, hebben een eigen persoonlijkheid die zich wil ontwikkelen. Tegelijk was het een parodie op het opkomen van het fascisme in het Italië van zijn tijd.” Zijn leraar regisseur, die ook zijn leraar Nederlands, Latijn en geschiedenis was inspireerde hem en zijn klasgenoten om hierover verder na te denken om te begrijpen wat er in de wereld gebeurt. Onder zijn impuls las hij Massa en macht van diezelfde Canetti, en leerde daaruit dat politiek zelden in de eerste plaats rationeel is, maar ook gaat ook over massapsychologie, hoe je het volk moet meekrijgen, en hoe dit gevaren meebrengt. Het maakte dat Wouter Beke geïntrigeerd raakte door de politiek en politieke wetenschappen ging studeren.

Waarom koos u voor de christendemocratie?

Mijn doctoraatsprofessor was Manu Gerard, die later de canon van Vlaanderen onder zijn hoede zou nemen. Die vroeg me een boekje van Leo Tindemans te bespreken: Personalisme. De toekomst van een idee, over de relatie tussen persoon en gemeenschap. Toen ben ik ideologisch thuisgekomen. Ik herkende de worsteling tussen mens die zich als persoon ontwikkelt door kansen die de gemeenschap hem biedt.  Mensen zijn gemeenschapswezens en beiden moeten in balans zijn. Want anders zit je in de logica van de macht van de massa of worden we geatomiseerde individuen. Gemeenschappelijkheid is belangrijk. Je ziet dat in de opkomst van het nationalisme; mensen hebben het gevoel ontworteld te zijn en dat gevoel wordt zwaar onderschat. Mensen vinden die wortels in het gezin, de familie, hun land. Sterke wortels maken sterke stammen en takken met mooie bladeren. Dat heb ik bij de lectuur van dat boek ervaren. Tegelijk heb ik dat verbonden met het subsidiariteitsprincipe die zijn oorsprong in de sociale encyclieken vindt. De Vlaamse gemeenschap is belangrijk, maar het is niet de enige gemeenschap. Je moet Vlaming zijn om Europeeër te worden. Anders loop je vast in een eng nationalisme. Nadien heb ik de stap gezet naar de actieve politiek. Na zwarte zondag was dat geen evidentie, want het gevoel heerste dat politiek niks meer vermag. Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy hebben toen een coalitie op poten gezet die het land naar de euro heeft geleid en België met het Sint Michielsakkoord in een nieuwe plooi hebben gelegd. Sinds de regering Eyskens in de jaren 50 was dit volgens mij de beste regering ooit. Die mensen hebben mij dan geholpen om de stap te zetten naar de actieve politiek binnen de christendemocratie.

In uw boeken houdt u een vurig pleidooi voor het centrum – de natuurlijke habitat van CD&V. U zegt dat de meerderheid van de mensen zo’n centrum willen maar dat blijkt niet uit de verkiezingen… wat is er aan de hand?

Ik heb het dan niet over het centrum omwille van het centrum, als een plat compromis. Mij gaat het om het moedige midden, dat antwoorden durft geven. ‘Extreemlinks ziet vaak de problemen niet en extreemrechts ziet vaak de oplossingen niet’, zei de Oostenrijkse kanselier onlangs op het EVP-congres. De paradox is dat de meeste mensen zich meer dan vroeger positioneren in het centrum, maar daarom nog niet stemmen op de centrumpartijen. Massapsychologie speelt daar zeker in mee, kijk naar de VS. Joe Sixpack heeft de democraten in de steek gelaten maar merkt nu dat de republikeinen zijn koopkracht verlagen en niet voor de gewone mens opkomen. Er is dus zeker een electorale capaciteit voor het centrum en dat moet gearticuleerd worden. Als ik zie dat de socialisten en zelfs de NVA zich steeds meer profileren als centrumpartijen, dan zou het paradoxaal zijn dat degenen die daar altijd gezeten hebben zich zouden terugtrekken. Maar dat moet wel gebeuren vanuit een duidelijke ideologische fundering: dat er rechten maar ook verantwoordelijkheden zijn. Dat je mensen die het moeilijk hebben meetrekt maar ook de mensen die vooruit willen een duwtje in de rug geeft, want die helpen de samenleving vooruit. Een samenleving is meer dan een verzameling van individuen. Ieder heeft zijn verantwoordelijkheid om te werken aan die samenleving, want ze geeft ons kansen en maakt het mogelijk dat individuen zich ontplooien. Denk aan de covidperiode: we moesten door de omstandigheden iedereen op zichzelf laten terugplooien. Na enkele weken vroegen kinderen om terug naar school te mogen, en thuiswerkers of ze weer naar het werk mochten. Je moet elkaar kunnen raken, ik bedoel dat letterlijk, maar ook figuurlijk: mensen moeten geraakt kunnen worden in verhalen en emoties. Ik ben daar zelf niet goed om dat publiekelijk te doen in maar het is wezenlijk voor ons mens-zijn.

U kreeg het als minister van welzijn erg lastig en nam uiteindelijk ontslag. Hoe heeft u dat ervaren? En heeft u overwogen om uit de politiek te stappen? 

Ik heb er mijn idealisme niet bij verloren, maar het was zonder meer een heftige periode. Ik heb wel zeker getwijfeld om mijn politiek engagement verder te zetten. Ik heb die ervaring achter mij gelaten omdat dat dit de beste manier is om vooruit te komen (stilte). Achteraf beschouwd: het heeft mij op de pauzeknop doen drukken en op die manier tot reflectie gedwongen: waarom doe ik wat ik doe? Als partijvoorzitter of minister heb je daar weinig tijd voor. Ik kon ook opeens meer met mijn gezin bezig zijn. Die geborgenheid heeft deugd gedaan en mij opnieuw doen ontdekken hoe belangrijk gemeenschappen zijn, waar titels er veel minder toe doen. De lokale politiek en het nabije contact met mensen heeft er mij ook doorgetrokken. Elk moeilijk moment is een leerschool. Lijden en hoop gaan samen, dat vind je overal in de christelijke traditie; Achteraf is het verrijkend geweest voor de spiegel die je je voorhoudt en hoe je in het leven wil staan.

Wat deed u besluiten om voor het Europees parlement te gaan? En hebt u het gevoel impact te hebben?

Europese politiek heeft mij altijd geboeid. En die heeft zeker impact. Kijk naar wat de zorgen van de mensen zijn en waar we antwoord op moeten geven: dat gaat over het beschermen van hun veiligheid en waardigheid. Geen enkel land zegt: ‘dat kunnen we alleen’. Daar heb je weer het subsidiariteitsprincipe: je zult elkaar moeten vinden als je dit wil realiseren. Je zit hier in het EP op de beste plaats om daarover na te denken en het debat te voeren. We zitten daarenboven in een nieuw tijdsgewricht: Europa is op zoek naar zichzelf, dat is heel boeiend.

De totstandkoming en de waarden van de Europese Unie zijn sterk gekleurd door het christendemocratisch gedachtengoed. Sommigen vinden dat die steeds meer losgelaten worden in een neoliberaal project. Hoe ziet u dat?

Ik ben het daar niet mee eens. De Britten zijn uit de unie gestapt om twee redenen: één omdat ze vonden dat er te veel migranten kwamen, en twee omdat ze vonden dat het vooral een handelsunie moest zijn en geen dieperliggende unie.  Vandaag hebben ze spijt van die keuze.  Kijk naar de Europese reactie op de oorlog in Oekraïne: als het enkel een handelsunie zou gaan, zouden we nu nog Russisch gas tanken. Wel moeten we zorgen dat de unie onze waarden beschermt en die staan inderdaad onder druk van buitenaf door wat er in de VS gebeurt en van binnenuit in sommige Europese landen. De grote uitdaging is: hoe redden we het Rijnlandmodel?

De EVP en haar voorzitter Manfred Weber krijgen nogal wat kritiek omdat ze te zeer rechts gedachtengoed zouden overnemen. Hoe ervaart u dit? En hoe schat u de dreiging van extreemrechts in?

Dat moet ik tegenspreken. De EVP heeft als eerste de streep getrokken voor Orban. Als cd&v-voorzitter heb ik mee het initiatief genomen voor zijn ontslag uit de EVP. Ik heb thuis nog brieven liggen waarin Orban smeekt om hem toch een kans in de EVP te geven. Ook Donald Tusk heeft die lijn getrokken in Polen. In Tsjechië en Hongarije leveren wij het alternatief voor extreemrechts. In Nederland is CDA niet meegegaan in de constellatie met Geert Wilders. Op het EVP-congres in Valencia zei Manfred Weber: ‘De grote vijand van ons project zit bij de autoritairen en de extremen – zowel extreemrechts als extreemlinks.” Ik denk dat zelf ook, ik zou het trouwens uitbreiden naar de beide extremen. Je ziet hier in het parlement het fenomeen van de hoefijzerdemocratie: de partijen aan de extreme kant weten elkaar te vinden bij stemmingen. Dat is niet nieuw: aanvankelijk deden Hitler en Stalin dat ook. Het is wel zo dat we antwoorden zullen moeten vinden op de vragen die de mensen hebben. Maar we moeten in de EVP en de nationale partijen wel oppassen voor centripetaal kannibalisme, waarmee ik bedoel dat als partijen in het centrum elkaar bekampen, de extremen dit centrum gaan kannibaliseren. Daar wordt niemand beter van.

Ik ben zeer ongerust over het extreem gedachtengoed. De grootste bedreiging is dat dit wordt aangezogen door krachten van buiten Europa. Kijk hoe Trump én Poetin in Duitsland de AfD gesteund hebben. Voor de Trumps en de Poetins van deze wereld, – ik noem ze de trumptinisten – is het Europees project de gemeenschappelijke vijand. Ze kunnen veel beter een verdeel- en heerstactiek toepassen met 27 lidstaten dan wanneer ze moeten rekening houden met een blok van landen die hun individuele belangen overstijgen ten voordele van het gemeenschappelijke project. Omdat ze hun agenda niet opgelegd krijgen aan Europa, steunen ze Orban en zijn gelijkgezinden.

In de oorlogsdreiging en de onzekerheid rond de positie van de VS in de NATO heeft u zich geprofileerd als voorstander van een Europees leger. Hoe groot is de kans dat dit lukt?

In een recente opiniepeiling zeggen 74% van de Belgen voor een Europees leger te zijn. Mijn redenering is dat Europa tot nu toe vooral bezig geweest is met zichzelf. Met name hoe we tegenstellingen tussen de landen konden overbruggen en hoe we door economische samenwerking politieke stabiliteit konden creëren. Dat is al 80 jaar lang gelukt. Dat vergeten we wel eens. We kwamen uit een periode waarin om de paar decennia in Europa een oorlog werd gevoerd: de Napoleontische oorlogen, 1870, 14-18, 40-45. Nu wordt Europa voor het eerst in haar geschiedenis genoodzaakt te kijken naar haar plaats in de wereld als geopolitiek project. Dan heb je diplomatie nodig. Wij hebben hier de beste diplomaten ter wereld. En ontwikkelingssamenwerking? Wij zijn de grootste donoren ter wereld. Maar dan heb je ook een Europese defensie nodig. We moeten ons inderdaad gaan bewapenen tegen de dreiging van Rusland, om een oorlog te voorkomen. Maar als we dat met alle landen afzonderlijk doen, kan dat met de opkomst van het extreemrechts nationalisme wel eens een gevaarlijke cocktail worden, dat hebben we in onze geschiedenis gemerkt. Daarom moet je de landoverstijgend werken en een gezamenlijke defensie ontwikkelen en dus ook een leger.

De financiering van de defensie gebeurt nu door te besparen op sociale zekerheid en ontwikkelingssamenwerking. Dat moet u als christendemocraat toch tegen de borst stuiten?

Dat is een lastige oefening. Maar we moeten het in perspectief zien. Toen de Berlijnse muur gevallen is spendeerden we in Europa 3.7% van het BNP aan defensie. Toen Kohl Duitsland herenigde, werd hem gesommeerd om het Duitse leger af te bouwen en niet meer dan 370.000 militairen te hebben. Het Duitse leger telt nu nauwelijks meer dan 200.000 soldaten. De optelsom van de lidstaten geeft ons geen capaciteit om een gemeenschappelijk antwoord te geven. The F.O.R.C.E.  zoals ik het Europees leger noem, heeft nood aan gemeenschappelijke financiering, operabiliteit, zogenaamde resources, capabiliteit en eenheid van commando… als we samenwerken kan dat 75 miljard euro aan efficiëntiewinsten opleveren. Ik pleit er dus niet alleen voor vanuit politieke bekommernis, maar ook omwille van de publieke financiën.

Hoe ziet u de rol en de plaats van religies in het Europees project?

Wat mij opviel toen ik hier pas in het parlement kwam: met kerstmis stonden hier overal kerststallen. Dat was een aangename verassing. Het deed mij denken aan de ophef die destijds werd gemaakt in de paarse regering over de kerststallen in de publieke ruimte. Dat was zogezegd een aanfluiting van de scheiding tussen kerk en staat. Nog een ander element: er werd in Straatsburg een zitting gehouden naar aanleiding van het overlijden van de paus. Elke fractie heeft een interventie gedaan, en allemaal met een bijzonder groot respect en eerbied voor Franciscus. Ieder sprak uiteraard vanuit zijn eigen invalshoek: links over ecologie en migratie, rechts over de ethische thema’s. Niemand heeft dat, zoals in de Belgische kamer geproblematiseerd. Ik dacht toen: blijkbaar beseft men binnen de Europese instellingen beter wat het christendom heeft bijgebracht aan de Europese cultuur dan bij ons. Het is het Böckenförde-dilemma: een democratie brengt uit zichzelf geen waarden voort. Daar heb je maatschappelijke instituties, middenveld, religies voor nodig. Waar je religies gaat verbieden krijg je ersatzreligies. Ik herinner mij de zotte redenering onder de paarse regering om het Te Deum niet meer in de kathedraal van Brussel maar in de kamer te houden. Religies kunnen een bron zijn om de fundamentele waarden waar het in Europa om gaat, gestalte te geven. Onlangs vroeg iemand mij: wat is de European way of life? Ik zei hem: als je in Europa een stad bezoekt, zoek je het centrum op via het stadhuis of het parlement – symbolen van de democratie, geïntroduceerd door de Grieken, 2500 jaar geleden. Of je wandelt naar de kerk, als symbool van het christendom, 2000 jaar oud. Je hoeft niet te geloven in het hiernamaals om te beseffen dat het christendom onze existentie een bepaalde betekenis geeft. Dat ontkennen heeft geen zin. Europa heeft sterke wortels. Dat maakt ons wat we zijn, niet als pretentie dat we beter zijn maar wel wie we zijn. Europa beschrijven zonder de rol van het christendom is, zoals een auto beschrijven zonder het over de motor te hebben. En tegelijk valt er altijd veel kritiek op de motor te geven… (lacht).

U bent zelf christen, hoe zou u uw geloof omschrijven en welke invloed heeft dat op uw leven en werk?

Geloof is geen kwestie van weten maar van zoeken, van je open te stellen in twee richtingen: open naar boven en open naar de medemens. Dat leerde ik van het personalisme. Het gaat over je openstellen voor levensvragen over leven en dood. Mijn moeder is vorig jaar gestorven en ik voel dat ik daar nu nog veel vatbaarder voor ben. Ik zoek betekenis in teksten en rituelen. Ik ga vaak met mijn vader naar de eucharistie, omdat het een moment van rust en bezinning is en je er met teksten geconfronteerd wordt die je doen nadenken. Maar alleen maar een zoekende gelovige zijn zonder meer heeft weinig betekenis, omdat je betekenis moet geven aan het leven zelf en zo aan dat van anderen. Het gaat dus ook over je openstellen voor de andere en daar iets mee te doen, verantwoordelijkheid te nemen – wat Mounier l’engagement noemt.

Mijn moeder is gestorven maar ik heb het gevoel dat ze verder leeft in mij en in de kinderen. Misschien is het niet veel meer dan dat, maar dan nog geeft het hoop. Pasen vind ik belangrijker dan kerstmis. Omdat het gaat over lijden, dood en hoop. Het stelt de vraag: wat doen we hier in het leven, en welke betekenis geven we daaraan?  Dat hoeft niet altijd in hele grote dingen te zijn. Ik stopte onlangs op de terugweg van Straatsburg in het huis van Robert Schuman, die in zeer eenvoudige omstandigheden woonde. Ik stond bij de tafel waar hij de verklaring heeft geschreven waar het Europese verhaal mee begonnen is. Dan stel je de vraag: hoe komt een mens daartoe om die stappen te zetten? Wat heeft Adenauer ertoe bewogen niet in de fouten te vervallen van na de Eerste Wereldoorlog? In de tijd van Leo XIII was er de klassenstrijd tussen kapitaal en arbeid. Maar nu is het een strijd geworden tussen de web-people en de wall-people. De eerste groep is geconnecteerd met de wereld en voor hen loopt het allemaal goed. Maar daartegenover staan de mensen die de wereld als een bedreiging zien en zich afsluiten. De bankencrisis, de covidcrisis, de oorlog in Oekraïne, … het heeft er allemaal sterk in gehakt. Hoe overstijg je dat dat? Hoe breng je die breuklijnen samen? Dat is belangrijk voor ons als christendemocratie, maar ook voor de christelijke gemeenschap. In Leopoldsburg is een centrum voor vluchtelingen. Een derde van de mensen in de zondagsmis zijn mensen van Afrikaanse origine. Dan zie ik de blikken van de web-people; maar soms ook die van de wall-people. En dan denk ik: het is een opgave voor de Kerk om daar mee om te gaan, maar ook voor Europa. Die taak hebben we gemeenschappelijk.