De bijeenkomst in Alaska was een schoolvoorbeeld van wat we intussen gerust ‘Trumptinisme’ mogen noemen. Donald Trump en Vladimir Poetin lijken elkaar goed te liggen. Net zoals Reagan en Gorbatsjov dat ooit deden. Maar waar die verstandhouding toen leidde tot meer democratisering en multilaterale samenwerking, draait het bij Trump en Poetin om iets heel anders: autoritair leiderschap, de wet van de sterkste. Geen democratie, geen internationaal recht.
Trump speelde de perfecte gastheer. Amerikaanse soldaten rolden letterlijk de rode loper uit voor Poetin, de man die nog geen maand geleden de BRICS-top in Brazilië moest overslaan vanwege een internationaal arrestatiebevel wegens oorlogsmisdaden in Oekraïne. Hij had schrik om te worden opgepakt. Daar was in Alaska niets van te merken. Trump applaudisseerde, klopte vriendelijk op de elleboog, en glimlachte breed. Terwijl hij jachtbommenwerpers liet overvliegen om indruk te maken, liet Poetin op hetzelfde moment nog wat extra bommen op Oekraïne vallen.
Trump droomde van een staakt-het-vuren als opstap naar een vredesakkoord, al dan niet met oog op het winnen van de nobelprijs voor de vrede. Twee weken geleden dreigde hij zelfs nog met economische sancties. Maar enkele uurtjes, of waren het slechts een paar minuten in ‘The Beast’?, waren voldoende om die plannen volledig te laten varen. TACO! Trump Always Chickens Out! De bijeenkomst in Alaska was daar een perfect voorbeeld van.
Op aangeven van Poetin draaide Trump de volgorde gewoon om: geen staakt-het-vuren meer. In plaats van sancties pleit hij nu voor sterkere economische samenwerking. Later sprak hij zelfs over een ‘land swap’, een ruil van gebieden. Maar dit is geen ruil. Dit is amputatie. Het overdragen van grondgebied aan een militaire agressor. Wat Trump interesseert, zijn de kritische grondstoffen, niet de vrede.
Eén ding was hij wél eerlijk over: in zijn wereld geldt de wet van de sterkste. En vrijheid? Die is er vooral voor wie domineert. Het is de “vrijheid” van de schapen om door wolven opgegeten te worden. Beiden “vrij”, zogezegd.
Dat is de boodschap die wij in Europa ter harte moeten nemen. Want terwijl wij onszelf feliciteren met het feit dat we de grootste economische markt ter wereld zijn, doen we geopolitiek nauwelijks mee. Europa staat erbij en kijkt ernaar. Niet omdat we niets willen doen, maar omdat we niets kunnen afdwingen, niet in Oekraïne, niet in Gaza.
Buitenlands beleid steunt op vier pijlers: diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, economische relaties en defensie. Zonder dat laatste is de rest slechts symboliek. En net daar wringt het. Met 27 afzonderlijke legers maken we geen indruk. Het BBP van Rusland is zo groot als dit van Spanje of de Benelux. Het BBP van Duitsland is 2.5 keer zo groot als dit van Rusland. Het BBP van de Europese Unie is tien keer zo groot als dit van Rusland. En toch maken we geen enkele indruk.
Ja, er zijn 18 sanctiepakketten. Maar de Russische bevolking heeft nauwelijks een keuze. Ze lijden onder inflatie, hoge rentes, een oorlogseconomie en al 250.000 doden in Oekraïne in de voorbije 3,5 jaar. Toch geen opstand, geen regimewissel. Poetin heeft Rusland zodanig omgevormd dat zelfs dit onvoldoende is om zijn greep te lossen.
Zijn doel is duidelijk: het volledige oorspronkelijke invasieplan in Oekraïne is mislukt door Westerse steun en de strijdkracht van Oekraïne. Maar nu wil hij zich vastbijten in de vier oblasten en de Krim. Daarnaast wilde Poetin ook de invloed van de NAVO rond zijn grenzen verkleinen maar die invloed is door het toetreden van Finland en Zweden alleen maar vergroot. Daar heeft Poetin net het omgekeerde gekregen van waar hij op hoopte. Maar hij wil wel koste wat kost verhinderen dat Oekraïne lid wordt van de NAVO.
De gedachte dat vrede volgt als Poetin krijgt wat hij wil, is naïef. Rusland stopt niet met oorlog voeren als het Oekraïne verliest. Rusland stopt met oorlog voeren als het niets wint. Iedere toegeving leidt tot méér agressie, niet minder. De recente oorlogen in Georgië, Moldavië, de Krim, en de voortdurende hybride oorlogvoering vormen het voorproefje.
De conclusie is pijnlijk eenvoudig: alleen een sterke Europese defensie, met voldoende afschrikking, kan militaire agressie stoppen. Alleen zo kan Europa zijn goede bedoelingen ook effectief afdwingen. Al de rest, hoe goed bedoeld ook, is niet genoeg.
Wouter Beke
Europees Parlementslid