Deze kaarten leggen de Europese ziel in Polen bloot.

Ondanks de uitkomst van de verkiezingen in Polen blijf ik erop vertrouwen dat Tusk zijn land op pro-Europese rails kan houden. Als EU-lid is Polen onmisbaar bij het gezamenlijk aanpakken van de uitdagingen waar we vandaag voor staan.

Juist nu de Duitse bondskanselier Merz Polen wil betrekken bij de Frans-Duitse tandem in het zogenmaamde Weimaroverleg, is sterk, pro-Europees leiderschap in Polen meer dan ooit nodig. Daarom hoop ik dat president Nawrocki niet kiest voor voortdurende blokkades.
 
Opvallend is hoe de verkiezingskaart de Poolse ziel kan blootleggen. De kaart met het verkiezingsresultaat maakt de klassieke Oost-Westkloof opnieuw zichtbaar: het westen en stedelijke gebieden stemmen overwegend pro-Europees, het oosten meer Trumptinistisch (Trump/Poetin). Wie die kaarten naast die van voorgaande verkiezingen legt, ziet dat deze scheiding niet alleen politiek is, maar ook een historische tendens vormt en sociaaleconomisch diepgeworteld is. Dat heeft deels te maken met de oude landsgrenzen van vóór 1945.
Ook bij de Duitse verkiezingen zagen we een breuklijn die als een litteken van het IJzeren Gordijn door het landschap liep: het westen stemt overwegend centrum, in het oosten was de extreemrechtse AfD de grootste.

Waar komen die verschillen precies vandaan? Ligt het aan het feit dat het westen van Polen, als voormalig deel van Pruisen, al vóór de Tweede Wereldoorlog een pad van industrialisatie en modernisering insloeg? Dat steden als Wrocław, Poznań en Gdańsk vandaag economische motoren zijn, met een jonge, hoger opgeleide bevolking die vaker internationaal denkt en stemt? Speelt het mee dat het westen sterker geseculariseerd is, terwijl in het oosten religie en traditie een grotere rol blijven spelen in het maatschappelijk weefsel? En wat met demografie? Trekt de jeugd massaal naar de universiteitssteden in het westen, terwijl het oosten zijn stemgedrag baseert op oudere generaties die lokaal blijven en hechter verbonden zijn met de gemeenschap?

Het lijkt erop dat we te maken hebben met een brug die kraakt onder spanning, een brug die diepe verschillen overspant. Het is duidelijk: de voordelen van de Europese Unie moeten tastbaarder worden in het oosten, zowel in Polen als in Duitsland. En eigenlijk geldt dit voor de meeste Europese landen. De uitdaging voor het Europese project is dus niet alleen verkiezingen winnen in Warschau, Dresden of Białystok. Het is ook vertrouwen herwinnen waar dat fragiel is geworden. Door te investeren in infrastructuur, onderwijs, veiligheid en welvaart. Maar ook door tegemoet te komen aan de onzekerheden en bezorgdheden van deze Europeanen. Dat betekent natuurlijk wel dat die centrumpartijen een bijzondere verantwoordelijkheid dragen. De maatschappelijke spanning of onvrede over bepaalde thema’s smelt niet als sneeuw voor de zon na een verkiezingsnederlaag van populistische partijen. Het blijft namelijk op een dunne koord dansen, de hete adem van extremen blijft in de nek blazen. Met het mes op de keel moet er dan ook goed bestuur geleverd worden én moeten moeilijke beslissingen ook ten gronde uitgelegd worden.

Zoals in de fysica geldt ook in de politiek: een systeem dat onder druk komt te staan, zoekt naar evenwicht. Maar dat evenwicht komt er niet vanzelf. Daar moet beleid voor gevoerd worden. En leiderschap voor getoond. Het politieke centrum, dat in veel landen overeind blijft, zij het wankelend, draagt daarin een sleutelrol.
 
De verkiezingskaarten zijn het begin van een opdracht: bruggen bouwen tussen west en oost, tussen de progressievere steden en perifere regio’s, tussen goed bestuur en dreigende onzekerheden.
 
De Europese belofte moet ook in de uithoeken van het continent gehoord en gevoeld worden.